Sinds april mag ik mezelf gecertificeerd organisatie opsteller noemen.

In de periode september 2012 – april 2013 volgde ik de opleiding Organisatie-opstellingen bij het Bert Hellinger instituut in Groningen. Het ‘systemisch werk’ biedt een fascinerende methodiek om te onderzoeken wat iemand kan bijdragen aan een organisatie om gezond te functioneren.

 


De methodiek van familie-opstellingen is bij veel mensen bekend. Deze is in Duitsland ontwikkeld door Bert Hellinger, en Gunthard Weber heeft zijn werk gedocumenteerd. Daarna volgde de stap naar organisatie-opstellingen. Jan Jacob Stam introduceerde het systemisch werk in Nederland (1998) en vernoemde zijn instituut naar de geestelijke vader ervan, met wie hij nog steeds contact heeft.


De systemische benadering sluit naadloos aan bij het concept van levende netwerken waaraan ik werk. We voelen meer aan van wat zich tussen mensen afspeelt, dan waar we woorden en denkbeelden bij hebben. Dat is niet onlogisch. Evolutionair gezien leven mensen al veel langer in sociale verbanden dan de periode waarin zij abstracte taal en rationele gedachten ontwikkelden. De mechanismen om op elkaar af te stemmen en gemeenschappen gezond te houden moeten dus ook al veel ouder zijn.


Maar we kunnen alleen dat onder woorden brengen wat we begrijpen en waarvoor we over taal beschikken.


Ik probeer bruggen te slaan tussen wat we intuïtief weten en wat we rationeel kunnen duiden. Dat is de kern van mijn werk. In workshops en trainingen laat ik deelnemers graag ervaren hoe interactiepatronen werken of wat positiespel nodig heeft, door hen op te stellen in modellen zoals de coherentiecirkel of de co-creatiespiraal die op de vloer zijn uitgelegd.


De methodiek van organisatie-opstellingen is gebaseerd op dezelfde principes, maar biedt een groter repertoire aan mogelijkheden en handvatten om concrete casuïstiek te onderzoeken. Een opstelling begint met iemand die een vraagstuk inbrengt. De begeleider zoekt met hem/haar uit of dit vraagstuk zich leent voor een opstelling, en, zo ja, welke personen of elementen er het meest toe doen. Hiervoor worden representanten in de ruimte opgesteld. Dan gebeurt er iets fascinerends: de representanten gaan op die plaats ervaren wat er aan de orde is. Dat biedt een ingang om te onderzoeken waar het systeem vastloopt en wat het nodig heeft om weer te gaan stromen. De inzichten die de vraagsteller hiermee verwerft komen op een dieper niveau binnen dan wanneer er alleen over gesproken zou worden.


Ik heb nu zelf zo vaak ervaren hoe precies deze methode werkt, en het ook bij anderen zien gebeuren, dat ik geen twijfel heb bij de effectiviteit. Merkwaardig is wel dat de leidende mensen in het systemisch werk zelf zeggen: “We zien dat het werkt en we kunnen ermee werken, maar we begrijpen niet waarom het zo werkt.”


Wat gebeurt er in het veld rond een vraagsteller waardoor representanten zo nauwkeurig aanvoelen hoe dat wat zij representeren zich in die situatie tot de andere elementen verhouden? Er gebeurt meer tussen ons dan waar we weet van hebben.