We will start in March 2015. ' We' are 15 partner organisations 

 

 

Het projectvoorstel AgriSpin (Space for Innovations in Agriculture) van het consortium onder leiding van de Denen, waaraan ik heb meegewerkt, is gehonoreerd. We kregen maar liefst 13,5 van de 15 punten die maximaal door de beoordelaars konden worden toegewezen. Dit betekent voor mij nog 2½ jaar boeiend werk in Europa.

In maart 2015 kunnen we van start. ‘We’ zijn 15 partnerorganisaties in 12 Europese landen, waarvan 4 wetenschappelijke instituten. De bedoeling is om van en met elkaar te leren over ondersteunende structuren voor innoverende agrarische ondernemers. Daarvoor gaan we in gemixte teams bij elkaar op bezoek, om te begrijpen wat er bij de verschillende partners gaande is, waar zij trots op zijn, en waar zij tegenaan lopen. Dat is het vertrekpunt om elkaar te inspireren en samen verder te leren. Uiteindelijk hopen we dat er een professioneel netwerk ontstaat van intermediairs in de landbouw, dat interessant genoeg is voor andere organisaties om erbij aan te haken. Met de universitaire partners werken we aan een methodiek voor de ‘cross-visits’ om er het maximale uit te halen.

 

De partnerorganisaties zijn:

SEGES (agrarisch kenniscentrum), Denemarken (lead partner)

ZLTO (boerenorganisatie), Nederland (formeel ben ik daar nu ‘in house consultant’)

Universiteit Hohenheim, Duitsland

CIRAD (wetenschappelijk instituut), Frankrijk

Regio Toscane, Italië

Innovatiesteunpunt Boerenbond, Vlaanderen, België

VLK (verenigde landbouworganisaties), Duitsland

Universiteit van Athene, Griekenland

Teagasc (intermediair), Ierland

ACTA (wetenschappelijk instituut en intermediair), Frankrijk

IFOAM EU Group (organisatie voor biologische landbouw), EU breed

ProAgria (intermediair Etelä-Pohjanmaa regio), Finland

HAZI (boerenorganisatie, Baskenland), Spanje

ADEPT (intermediair, Transsylvanië), Roemenië

LLKC (kenniscentrum, intermediair), Letland

 

Mijn eerste opdracht is om bij alle partners verhalen op te halen over wat zij interessante innovaties vinden. Hiermee maken we een eerste boek als vertrekpunt voor de reis die we samen gaan maken. Het zal interessant zijn om aan het einde van de projectperiode na te gaan wat er dan veranderd is. Zijn opvattingen veranderd? Zijn er nieuwe inzichten ontstaan? En is er in de praktijk iets van te zien? Dat wordt dan deel twee van het verhaal.