Het leertraject Netwerkend Werken met de Groenagenda van de Provincie Zuid Holland is nu zo’n 4 maanden onderweg. De sfeer in het team van 14 ambtenaren is heel goed: er is bereidheid om samen te zoeken en te leren van elkaars ervaringen, er is veel aandacht voor elkaar en ook plezier. En hier en daar er komt beweging in de netwerkprojecten waarin zij actief zijn. Ik begeleid dit traject samen met Rosa Lucassen: we zijn een prima koppel.

 

Dit is een leertraject zoals ik dat graag zie. De afdeling Water en Groen van de provincie heeft tien pilot projecten geselecteerd waarin de provincie niet langer de ‘pinautomaat van het Malieveld’ wil zijn, maar samen met betrokken partijen in de samenleving naar nieuwe oplossingen wil zoeken voor vraagstukken van maatschappelijk belang. Elke project heeft een projectleider die voor de bijdrage van de provincie verantwoordelijk is. Hij / zij wordt bijgestaan door een facilitator als ‘sparring partner’. De facilitator in het ene project kan projectleider van een ander project zijn. Behalve de onderlinge coachgesprekken zijn er op gezette tijden ook ‘driehoeksgesprekken’ met de leidinggevende van de projectleider. Van elk teamlid wordt gevraagd een persoonlijke leeragenda bij te houden om het eigen leerproces inzichtelijk te maken.

 

Na een introductiemiddag in maart voor het team en hun managers volgde op 22 en 23 april een 24 uurse workshop in Hoek van Holland. Dit was een intensieve kennismaking met elkaar, de projecten en het netwerkgereedschap van de FAN benadering. De 24 uurse betekent een samenzijn van 12 uur ’s middags tot 12 uur de volgende dag, met veel werksessies, informele tijd, en buitengewone catering van De Historische Keuken. En er mag natuurlijk ook wel geslapen worden.

 

 

Deze week (26 juni) vond de eerste van vijf ‘vooruitkomdagen’ plaats in Den Haag. Een deelnemer die al vaker met de tijdlijn methode gewerkt had begeleidde het team in het maken van een tijdlijn over het leertraject tot nu toe. De bedoeling is dat de projectleiders deze methode in de komende weken ook in de projecten met externe actoren gaan toepassen. Dit kan helpen om de aandacht op het proces te richten. Deelnemers die doorgaans vooral met de inhoud bezig zijn krijgen hierdoor nieuwe inzichten, die stimuleren om zelf ook meer verantwoordelijkheid voor dat proces te nemen.

 

Verder was er tijdens deze vooruitkomdag veel aandacht voor de voortgang in de projecten. De teamleden hadden in hun coachgesprekken vaak gebruik gemaakt van het netwerkgereedschap, maar de interpretatie ervan in de situaties waarmee zij te maken hadden viel nog niet altijd mee, wat iemand kernachtig samenvatte als “Oeps, nu de praktijk!”.

 

Het toepassen van de instrumenten helpt om bespreekbaar te maken wat er in een proces gebeurt. De inzichten die echt verandering teweeg brengen zitten echter een niveau dieper. Die gaan bijvoorbeeld over het werkelijk durven staan voor de ambitie waar je zelf voor wilt gaan. En vervolgens over de houding die je nodig hebt om met elkaar tot co-creatie te komen. Dat kan betekenen dat jij als eerste uit een competentiestrijd stapt en gaat zoeken naar complementariteit. Of ervoor zorgt dat anderen jou in jouw rol serieus blijven nemen en rekening houden met jouw balans van geven en nemen.

 

 

De vooruitkomdagen worden na de zomer hervat met een frequentie van zes weken. Verder komt er een middag in september met het managementteam van de afdeling. Dan komen vragen aan de orde zoals:

  • Wat wordt er zichtbaar van deze manier van werken en hoe maken we dat zichtbaar?
  • Hoe verhoudt zich deze netwerkbenadering tot andere benaderingen die in de provincie worden uitgeprobeerd?
  • Welk mandaat geef je een medewerker in zo’n project, en hoe kun je bijsturen als dat nodig is?
  • Hoe moet de organisatie erop worden ingericht zodat deze projecten meer kans van slagen hebben?

 

Met nog vier van zulke dagen te gaan lijkt het erop dat dit één van de mooiste trajecten wordt waaraan ik heb mogen bijdragen.